Severijns, Hein

Voornaam: 
Hein
Voorletters: 
H.G.Q.
Achternaam: 
Severijns
Geboortejaar: 
1936
Geboorteplaats: 
Maastricht
Geboorteland: 
Nederland
Werkperiode: 
ca.1960-heden
CV: 

Hein Severijns is geboren in Maastricht op 29 oktober 1936. Severijns bezoekt de Stadsacademie voor Beeldende Kunsten te Maastricht. Daarna zet hij de opleiding voort aan de Werkkunstschule en Ingenieurschule te Höhr-Grenshausen (DE). Tevens wordt hij hier opgeleidt tot keramisch-chemisch technoloog in de procesindustrie. Het draaien met de weerbarstige porseleinklei en het gebruik van de moeilijk te hanteren zijdematte kristalglazuren vormen voor hem een uitdaging. Hij is gastdocent en workshopleider te Bandol, Mulhouse, Leuven, Antwerpen en Den Bosch. Lid van de NVK, Association des potiers de la Borne, Le Printemps des potiers, World-Crafts-Council B.F. Sinds 1967 heeft Hein maar liefst circa 200 groeps- en eenmanstentoonstellingen gehad, in meer dan 20 Europese landen en daarbuiten. Hein heeft zijn porseleinatelier te Reuver.

Afbeeldingen: Hein Severijns, ca. 1987 (uit: Kristall Glasuren); portret Hein Severijns, ca. 2007 (bron Galerie Dehullu Gees); Hein severijns in zijn atelier (bron Van Bellen Art).

Werk: 

De objecten zijn vervaardigd uit handgedraaid porselein, samengesteld uit Franse en Duitse porseleinmassa’s. Na biscuitbrand bij 1120°C worden de objecten geglazuurd met 3 – 7 lagen zelf ontwikkelde zijdematte kristalglazuren van verschillende samenstelling en inkleuring welke onderling bij de glazuurbrand van 1280-1300°C met elkaar reageren. In de smelt bij toptemperatuur vormen de samenstellende componenten mineralen, zoals Zinksilikaten, Zink-Barium-Titanaten en andere complexe verbindingen, die bij de uiterst langzame en zorgvuldig gestuurde koeling tussen 1300 en 1120°C door oververzadiging uit de smelt deels worden uitgescheiden. Er worden eerst kiemen gevormd, welke bij een volgende langzame koelingsfase tussen 1120 en 1000°C uitgroeien tot overwegend ronde kristallen, onder opname van kleurende bestanddelen uit de oxydes en silikaten van zware metalen in het kristalrooster. De kristallen nemen een andere kleur aan dan de achtergrondglazuur. Hierbij geeft Cobalt blauw, Koper geeft groen, Nikkel geeft blauw tot rose, Mangaan, IJzer en Titaan geven bruine tot goudgele tinten en door menging en het over elkaar aanbrengen van de glazuurlagen ontstaan tijdens het bakken talloze mengtinten. Na de glazuurbrand worden de glazuurhuiden met diamantpapier fijn gepolijst en ontstaat er een satijnmatte zijdeachtige toucher. Tekst: Van Bellen Art, met onze dank!

Bibliografie: 
  • Hoof, Guy van, Potterie van Hein Severijns, Centraal Orgaan Scheppend Ambacht (C.O.S.A.), februari 1978.
  • Cat. Kristall Glasuren, Keramikmuseum Westerwald, Höhr-Grenzhausen, 1987.
  • Cat. tent. Zeitgenossische Keramik aus den Niederlanden,  Landshut (Rathaus) 1989.
  • Keramiekgids 97, uitgave Nederlandse Vakgroep Keramisten 1997.
  • P. Augustijn, Hedendaagse keramiek in Nederland, Utrecht 2008.