Jan van Leeuwen is geboren op 25 november 1943 in Maartensdijk. Van 1963 tot 1967 volgt hij de opleiding M.O. Handvaardigheid bij ‘Middeloo’, Amersfoort en A.B.K. Sint Joost te Breda (keramiek). Volgens medeleerlingen is hij een leuke en vrolijke jongen. In 1967 en 1968 volgt hij een studie in Californië, USA. In 1968 en 1969 heeft hij zijn eigen atelier in Rotterdam. In 1969 verhuist hij naar Middelburg. Jan van Leeuwen trouwt met de kunstenares Henny Schrijver. In 1971 maakt hij een studiereis naar de USA. Van 1973 tot 1975 doet hij samen met Jan Meidell porseleinonderzoek bij De Porceleyne Fles te Delft. In 1974 is hij gastdocent aan de NW Kust van USA. In 1985 is hij lid van de keramistengroep Cheops. Hij geeft samen met Henny Schrijver les aan de Stedelijke Scholengemeenschap Middelburg. In 1992 overlijdt Jan van Leeuwen op veel te vroege leeftijd aan AIDS. Jan van Leeuwen is begraven iets buiten Veere. Op zijn grafsteen is een metalen roestige vuist gemonteerd. Dit is dezelfde vuist waarvan hij ooit een installatie in keramiek heeft gemaakt.
Jan van Leeuwen is een van de belangrijkste figuratief werkende keramisten in ons land. Hij is een perfectionist. Op 12 april 1994 is de Jan van Leeuwen Stichting opgericht. Deze wordt in 2011 opgeheven met een slotexpositie in de expositieruimte van de Zeeuwse Bibliotheek (zie uitnodiging). In deze expositie staat het werk van Jan van Leeuwen centraal.
Afbeeldingen: Jan van Leeuwen, portret (bron foto onbekend); Jan van Leeuwen werkend aan een groot object (bron foto onbekend); installatie met vuisten in de Van Reekum Galerie, 1980; 4 vuisten, ca. 1980 (coll. Capriolus- verkocht); gezicht in een perspex box (coll. Capriolus – verkocht); object Structure of desire, 1989 (foto Wim Riemens, waarvoor dank); uitnodiging expositie 2011.
‘Ik voel me op de eerste plaats mens en daarna kunstenaar. ik kijk wel anders tegen de dingen aan en ik ben bezig met materie’. De zoektocht naar zijn bron, naar wezenlijk contact met zichzelf, is voor hem essentieel. De spanning in zijn werk ontstaat door de voortdurende strijd tussen expressie (inhoud) en materie (techniek). De menselijke figuur, vooral de mannelijke torso, vormt zijn hoofdthema. Hierin zijn emotie als verslagenheid, pijn, verdriet, kwetsbaarheid, erotiek en groteske humor voelbaar. Als tegenwicht maakt Jan ook potten, vazen, schalen en kopjes.



